Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Rollenbollen

Lianne Verstraaten

Personage: Lianne Verstraaten

Rollebollen

Proza door MitchGastbijdrage – 5 jaren, 4 maanden geleden

Met Lianne?’ ‘Hoi, met Omar Effendi.’ Traag legde Lianne haar vork terug in haar maaltijdsalade en liep van het aanrecht naar het raam. ‘Oh, hoi.’ Haar hart bonsde. (Omar? Buiten kantooruren?) ‘Ik bel je omdat ik je iets wil vragen.’ Lianne staarde naar de wiegende takken van de bloesemende bomen aan de overkant van de straat. Na een druilerige lente was het eindelijk zomer aan het worden. ‘Over de budgetafspraken tussen gemeente en rijk kan ik geen mededelingen doen,’ (en al helemaal niet om zeven uur ‘s avonds, nét als ik thuis zit te chillen.) ‘Ik bel niet echt over werk.’ ‘Waar zit je dan, nu?’ ‘Op het werk.’ Omar hoorde zijn eigen blunder, en Lianne kon een giechel niet onderdrukken. ‘Dus waarom bel je dan niet over werk?’ ‘En waarom neem jij je werkmobiel dan op?’ Daar had Omar een punt. (Ik ben verslaafd aan mijn werk, en om de stress te vergeten heb ik de XTC en de vrijdagnacht die duurt tot de zaterdagmiddag, al dan niet in mijn eigen bed.) ‘Ik hou van mijn werk en sommige dossiers zou nou eenmaal zo complex of dik dat ik in het weekend nog even door moet pakken. En bovendien kunnen er altijd urgente ontwikkelingen zijn naar aanleiding van hoorzittingen, die altijd ‘s avonds zijn. Of persmomenten.’ (Shit, wat een formeel antwoord, ik lijk wel een minister.) ‘Tuurlijk,’ zei Omar, die nog één omtrekkende beweging maakte, voordat hij de moed had om persoonlijk te worden: ‘maar ik wilde jou apart een keer spreken, dus ik dacht ik doe even een belletje. Denk jij dat de Victory Boogie Woogie door de overheid zal worden aangekocht, of denk je dat het bedrag helemaal door de private sector wordt opgehoest?’ (Jezus, wéér over dat kutding. Waarom trekt de ABN-AMRO niet gewoon de portamonnaie?) Plotseling, gewoon, op een hele gewone plotselinge manier, begonnen de behaarde onderarmen van Omar door Lianne’s gedachten te zweven. Ze concentreerde zich op de boomtoppen en zei: ‘Het probleem is niet dat de overheid geen geld heeft om het te kopen, het probleem is dat met de komst van die tweede, derde en weetikveel hoeveel versies, het schilderij dat we in den Haag hebben hangen in waarde is gekelderd. Zowel financiëel als qua geloofwaardig kunstzinnig identificatiepunt van een volk voor een nieuwe eeuw, wat het nóóit wás, ha!, maar wat het minstens pretendéérde te zijn.’ Omar probeerde los te komen uit de wurggreep van formeel taalgebruik zonder al te doorzichtig te worden ‘Ik ben het gedeeltelijk eens met wat je zegt. Let wel: gedeeltelijk. Daarom is het misschien goed als wij elkaar even apart spreken, dan kunnen we de standpunten van bank en gemeente wat verder uitdiepen, maar waar ik voor bel…’ (Ik wil dit niet meer. Ik ben 27, woon in een kek appartement, werk me het snot voor de ogen, ga naar de sportschool voor mijn figuur maar pronk eigenlijk enkel en alleen voor de lol. Ik wil niet meer dansen met hipsters, pillen slikken om de nacht door te komen, die harde muziek te verdragen. Ik wil geen sex meer, ik wil een leven.) ‘Omar,’ Geen spoor van ironie was er te horen in Lianne’s stem: ‘ik wil met jou rollebollen.’ Omar Effendi was niet zozeer verrast, als wel bevrijd. Hij voelde zich lichter worden, en een diepe ontspanning daalde in hem neer. De verwondering over het charmant gebruik van het knotsgekke, ouderwetse woord ‘rollebollen’ groeide en groeide totdat hij één grote glimlach werd. Klaar met zoeken, allebei. ‘Ben je er nog?’ zei Lianne, bang dat ze het verpest had. ‘Ja. Heb je al gegeten?’ ‘Nee, nog niet.’ ‘Mooi, dan kom ik er zo aan.’