Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

In de geest van Pim

Proza door Gregor Verwijmeren – 6 jaren, 6 maanden geleden

Veertig miljoen. Veertig miljoen euro en het ding was niet eens af, de stukjes plakband hingen er nog aan. En dan willen ze nog eens grof betalen voor een andere versie? Een nieuwe versie van een drol is nog steeds wat het is: een drol. Hij zal ’t wel afmaken, dat doek, áfmaken, voorgoed. Thinner. Stanleymes. Een snelle gecoördineerde actie en dan de beloning: vanavond op het achtuurjournaal. Een statement.
Hij gaat weer verzitten, ongemakkelijk met het stanleymes onder zijn kruis geplakt, tegen zijn naadje. De tram rijdt langs Hollands Spoor en hij ziet ze weer hangen, de groepjes. Je herkent je eigen stad niet meer en het komt allemaal door die klootzakken daar op het Binnenhof. Die Dijsselbloem nu ook weer. Wageningenmannetje. Intellectueel scharminkeltje met geitewollen sokken onder zijn pak en vieze krulletjes met de macrobiotische vermicelli er nog in. Hij kent het type. Die Volkert van der G met zijn gluiperige loensende rotkop kwam er ook vandaan. En die Samson heeft inmiddels zijn kop kaalgeschoren om zichzelf salonfähig te maken. Zelfde nest. Neten zijn het. Landverraders. Vreemdelingenbeleid, grotestedenbeleid - zeg maar wanbeleid. Vreemdelingen in grote steden? Hij weet er wel raad mee. Alles op een eiland pleuren voor de kust van Afrika en dan dat eiland voorgoed de zee in sturen. Marokkaantjes, Antillianen, Molukkers en Kaapverdiërs, de hele rataplan, ‘raus damit. Zíjn beleid. En stop al die kunstenaars en schrijvers er ook maar bij. En die zelfgenoegzame Arie Boomsma met z’n actie voor dat schilderij… Eikel. Gladde flikker.
De gedachte aan van der G en Pim doet tranen in zijn ogen opwellen. Toen. Hij voelde zich nooit zo levend als toen. Hij maakte deel uit van iets, iets dat groter was dan hijzelf. Hetzelfde gevoel als op de Noord-tribune in het oude Zuiderpark vroeger toen hij nog mocht. Ze waren teruggegaan van het Binnenhof die avond van de 6e mei nu elf jaar geleden, terwijl ze natuurlijk hadden moeten doorstoten, zo dichtbij als ze waren. Nu was het tijd een echte daad te stellen. Zoals die Zweed op dat eiland Latoya. Hij was misschien wat ver gegaan, maar had wel een statement gemaakt. En Timothy McVeigh, die had ook geen half werk verricht. Boem!!
Hoe ze zich lieten ringeloren, Dijsselbloem en co. Hij verstond dan wel geen Grieks, maar als hij zijn Griekse buurman in de tuin met vrienden hoorde barbecueën, was het duidelijk waarover ze het hadden: over Nederland dat maar geld bleef pompen in een hopeloze zaak. Ze lachten zich rot boven de souvlaki. Tuurlijk: hier vangen en zwart bijklussen, straks daar de rest van zijn luie leven onderuitgezakt slijten onder de zon met een ouzootje. Je zag het zo als hij ‘s ochtends de deur uitging, de ene keer om acht dan weer om elf uur. Zwart werk. Hij had hem aangegeven, de smerige Griek met zijn behaarde borst en rug, maar hij liep nog vrij rond. Nog zoiets. Waardeloze lakse overheid. Pim had er wel raad mee geweten.
‘Erfgoed’, het zogenaamde ‘culturele belang’: een hype was het, die hele Victory Boogie Woogie, opgestookt door de media en links in doorzichtige eentweetjes met die gluiperige van Nieuwkerk als spil. ‘Van symbolisme naar abstractie’ me reet. Er was zelfs een spel, een, hou je vast, ‘literaire game’. Met subsidie godbetert! Van zijn centen! Door een ‘Gids’, een gids waar geeneens een tv-zender in staat. Misschien moest hij daar ook maar eens langsgaan, bij die Amsterdamse pikkies die zo nodig interessant moesten doen en de schrijver uithangen. Dat taaltje alleen al. Maar eerst dat doek.

De tram rijdt de Stadhouderslaan op, stopt even later voor het museum. Hij stapt uit, graaiend met zijn hand in zijn broek om de tape rond het stanleymes op zijn plaats te krijgen. Hij zit maar te frunniken met die tape op weg naar de ingang. De schuifdeuren van het Gemeentemuseum gaan open. Hij grinnikt: de eerste en laatste keer dat hij een museum bezoekt. Een cultuurmiep vraagt hem of hij een museumjaarkaart heeft of, erger nog, ‘vriend van het museum’ is. Bijna proest hij het uit. Hij betaalt het entreegeld contant: €14,50 voor een ticket achtuurjournaal, loopt dan, met de plattegrond in zijn hoofd, rechtstreeks naar de vleugel waar hij moet zijn.
Er staat een groep Fransen voor het doek met een gids. Echt iets Frans, om zich in dat aanstellerige taaltje humbug te laten verkopen over dat schilderij, dat trouwens veel kleiner is dan hij zich had voorgesteld. Prima, minder werk dus. Eén steek in het midden en dan doorhalen tot de lappen erbij hangen. Die suppoost kan hij hebben, maar fuck, die tape begint los te laten…Frunnikend met de tape, zijn hand in zijn broek, wacht hij tot de gids is uitgepraat. Hij houdt het bijna niet meer, zijn knieën week als chipolatapudding, even opgewonden is hij als die zesde mei. Stroperig traag maakt de groep zich los van het doek, een kudde overjarige gnoes. Een enkel oud besje blijft nog met haar hoofd ertegenaan gedrukt, wil kennelijk de plakbandjes ruiken. Dan gaat ook zij ervandoor. Het moment is gekomen. Here I come Annechien. Hij stapt naderbij, voelt iets metaligs glijden langs zijn benen. Geklater. De suppoost draait zich om. Hij…