Dit was een gezamenlijk schrijfspel. Lees het resulterende verhaal hieronder.

Onderwerp: Kunst in China

Joy Puik

Personage: Joy Puik

Het getuigenis van Fei Fei

Proza door Han van der Vegt – 5 jaren, 6 maanden geleden

Joy Puik
to: Samantha Borger
date: 4 juni 2013 21.31
subject: Duo Frietvlek

Vrouw Van Mijn Leven,
Het einde is eindelijk in zicht. Eind volgende week komen we je van het vliegveld halen, dan ben je weer bij ons. En dan ga je niet meer zo lang weg, of we gaan mee, we zien wel, maar dit willen Mingus en ik niet meer.
Er is nu ook zicht op dat de Victory Boogie Woogie-toestanden tegen die tijd ook zijn afgerond. Vandaag werd het illustere duo Frietvlek voorgeleid. Het werd al snel duidelijk dat Godfried de Ridder weinig te vrezen had, omdat hij niet had geweten wat Magda met het schilderij van plan was, en toen hij dat doorkreeg had hij geprotesteerd. Dat hij het schilderij onder de politiewagen had gegooid was een ongeluk.
Weet je Li Yi nog, mijn tolk van achter de toonbank bij onze Chinees? Ik heb haar vorige week een paar keer meegenomen naar de haven. Ik dacht, je kunt niet weten wie van die Chinezen we nog eens tot een gesprek kunnen verleiden, als ze geen brabbel-Engels hoeven praten. En het heeft goed uitgepakt. Voor ik het goed en wel doorhad, had ze aangepapt met Fei Fei. Ze hield me op de hoogte van wat ze hoorde.
Ik had meteen contact opgenomen met de advocaat van Magda en Godfried, die kerel die haar eerder al had geholpen de boot van de ketting te halen. Ik heb hem een methode aan de hand gedaan om haar vrij te krijgen vóór het tot een rechtszaak zou komen. Dat was gelukkig ook zijn prioriteit. Dus heeft hij Fei Fei opgeroepen als getuige.
Fei Fei was bijzonder effectief. Duidelijk, zakelijk, ze aarzelde geen moment. Ze vertelde wat er in China aan alle Nederlandse toestanden vooraf was gegaan.
Chen had de verhalen van zijn grootvader altijd geloofd, dat het schilderij bij hem in de huiskamer van een belangrijke schilder was. En toen die schilder tot in China in het nieuws kwam, herkende Chen de manier van schilderen. Hij zag eindelijk een uitweg voor hun financiële ellende. In Nederland zou opa’s schilderij met open armen worden onthaald.
Zijn neef Li geloofde er niets van. Die grootvader van hen was een fantast En als Chen zo nodig naar Nederland moest, dan kon hij toch veel beter Li een schilderij laten maken in de stijl van die Mondriaan? Li deed dat soort dingen dagelijks, meestal beter dan de oorspronkelijke schilders. Die westerlingen zouden er zo intrappen, die hadden toch geen subtiliteit. Zo’n schilderij zou bovendien veel meer opbrengen dan dat schilderijtje van hun grootvader.
Chen was koppig. Hij ging naar Nederland met opa’s schilderij, en wel per boot, omdat hij dacht dat het goedkoper zou zijn en het minder risico zou geven om bij de grens tegengehouden te worden.
Toen ze in Nederland kwamen liep het allemaal anders. Chen werd gepiepeld door de douane, door de journalisten, door Magda Vlekveld. Hij was een kind op het wereldtoneel. Fei Fei zag het met medelijden en minachting aan. Hij zou het schilderij voor een schijntje aan die Magda cadeau doen, dat zag ze al aankomen.
Dus nam ze het weg. Dus ging ze zelf een koper zoeken. En werd al net zo gepiepeld als Chen. Toen ze merkte dat ze zelf niet beter was kreeg ze spijt en wilde ze terug.
Maar Chen had intussen Li gebeld en hem met diens eigen schilderij laten overkomen. En inderdaad, de Nederlanders trapten erin.
De schilderijen die een comfortabel leven mogelijk hadden moeten maken, hadden hen uit elkaar gedreven.
Botering kwam ook nog eens vertellen dat het schilderij niet echt kon zijn.
Conclusie was dat Magda een vervalsing heeft gestolen. De eigenaars van die vervalsing, Chen en Li, hadden met het op de markt brengen van zo’n schilderij een risico genomen waarvoor ze zelf maar moesten opdraaien. Ze mochten blij zijn dat ze niet zelf werden vervolgd. Godfried was vrij. Magda was vrij.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze me dankbaar is. Ik heb zelden zo’n hatelijke blik gezien als die Magda Vlekveld me toewierp op het moment dat ze werd weggeleid. Ik snap het wel. Ik heb haar een dierbare illusie ontnomen.
En daar heb ik spijt van. Want ik vraag me serieus af of ik het heb gedaan om haar te helpen of om haar te vernederen. Ik voel me rottig.
Kom snel! Lik mijn geweten schoon! Je weet waar het zit!